Amore Mio
art, Brugge

Hoste Art Recidense

Marcel Taton – Bronzen sculpturen – Permanente Tentoonstelling

Een werk van Marcel Taton is een veelheid van ritmes, allusies, verbanden, tegenstellingen, verfijning en verbazing. Een tentoonstelling van zijn oeuvre is een veelheid van die veelheden, een kermis en een feest, een bloemlezing van poëzie en van lange verhalen in een klein wonderbaarlijk doosje verstopt.
Une Oeuvre de Marcel Taton est une multitude de rythmes, d’allusions, de rapports, de contrastes, de raffinement et de surprises.
Une exposition de son oeuvre est une multitude de ces multitudes, une kermesse et une fête, un florilège de poésie et de longs récits cachés dans une petitie boîte aux merveilles.
Hugo Brutin
http://www.hosteart.com/nl/artiesten/marcel-taton

PS Vanaf 2015 zullen tentoonstellingen aangekondigd worden met een Preview. Wenst U hiervan op de hoogte te zijn? Email ons met als onderwerp : Expo Preview

À partir de 2015 nous annoncerons les expositions avec Preview. Vous désirez être mis au courant? Merci de nous faire retourner via email : Expo Preview       

Alvast fijne feestdagen en een voorspoedig Nieuwjaar!
Bonne fêtes fin d’années!
Caroline Hoste

Standaard
column Johan Debruyne

Jan en het kraam

Ik was nog een kleine jongen. De weg te voet naar school duurde een klein halfuur. Wellicht mede omdat weinig “meesters” me konden boeien, heb ik vaak door het raam naar buiten gekeken. Nog altijd kijk ik graag naar buiten. Weg van datgene waarmee de anderen bezig zijn.

Ik praatte ooit met een roodborstje, langs diezelfde weg naar school: voorbij de brug en een muurtje, een kiezelweg en water. De grote mensen deden alsof ze mij geloofden. Pas later werd met mijn jeugdige fantasie de spot gedreven. Lees verder

Standaard
uitgelicht
NATUUR

Beschermd natuurgebied D’Heye van troosteloos naar diverse uitbundigheid

Het was pure nostalgie, begin deze maand teruggaan naar D’Heye in Vosseslag, deelgemeente van De Haan. Het huis waar ik in de jaren ’80 een tijd woonde paalde zo goed als letterlijk aan het natuurgebied. De site werd toen deels ingepalmd voor waterwinning. De, toen nog Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (VMW), had 15ha in bezit. De redding van het gebied kwam er met het duinendecreet in 1993. Nu loopt er een kudde prachtige Konikpaarden en binnenkort komen daar nog runderen bij.

foto Hans VansteenbruggeBegin de jaren ’80. Met de kinderen een wandeling van de Nieuwdorpstraat, langs de Bremstraat en de Molenstraat naar de Batterijstraat. Vrolijk werd je niet van D’Heye de site gaf een troosteloze indruk. Door de waterwinning hadden planten en dieren die houden van een vochtig milieu geen kans. De rest van de 40ha grote site werd te zwaar bemest waardoor de specifieke heide en schrale graslanden verdwenen. Voor de kinderen geen probleem maar voor mij was het alsof dit gebied wachtte op executie. Gelukkig kwam de redding in 1993 door het duinendecreet en in 1997 werd door Natuurpunt gestart met beheer. Boswachter Hans Vansteenbrugge coördineert al negen jaar het beheer van de natuurgebieden van Wenduine tot aan de IJzer in Nieuwpoort en dus ook D’Heye. Hij staat links op de foto samen met twee natuurwerkers. Ze zijn trots op de verwezenlijkingen die ze samen met Natuurpunt hebben kunnen realiseren op D’Heye. Lees verder

Standaard
Recensie

In het Gezelle-museum: “Marcel van Maele in Meervoud”

“Genummerd & getekend”!

Een paar dagen na de vernissage spookten met regelmaat nog bizarre dingen door mijn hoofd. “Gebottelde” gedichten bijvoorbeeld: taalkundige ontboezemingen die je niet eens kunt lezen! En die je ook niet hoeft te lezen, want: met opzet opgerold en in een fles gestopt. “Poëzie op flessen getrokken”, fluisterde iemand tijdens de toespraken op de vooropening.

Van een enkele reeks gebottelde poëmen was duidelijk meer werk gemaakt: de flessen waren groter en uniform, ze prijkten op ijzeren staven, er zaten echte vleugels aan vast en de kurk was tot een zachte punt geveild. Hermetisch, onleesbaar, introvert, vogelvrij, verwarrend en dreigend tegelijk. ’t Is veel, ’t is de poëzie van Marcel van Maele (1931-2009).

De dichter maakte zijn werk, dat amper werd gelezen, op de duur op diverse manieren onleesbaar. Er kwamen ondermeer bokalen, polyurethaan en witte verf bij te pas. Hij stopte ze in een reiskoffer of gebruikte ze (aan elkaar gelijmd) als opstapje voor een al even witte ladder. Een groot kind met een speelveld tussen woord en beeld.

Ik vroeg me af waarom ik me zo prettig voelde op deze tentoonstelling. Ik vond iets “geestigs” aan het doodstille museum (bij de Brugse vestingen), waar normaliter alleen de woorden van Gezelle gedempte klankjes voortbrengen en waar sinds enige tijd (sierlijk-vakkundig) ook op de muren woorden fladderen.  Het zootje dat Mandelinck een paar jaar geleden van het museum had gemaakt is opgeruimd. Van Brugge kan je veel zeggen, maar de aloude stede met Watou vergelijken? Nee. Het staat netjes, nu, het Gezelle-museum. Lees verder

Standaard
Nieuws en politiek

Leopold I-laan, st(r)aat op barsten!

Sinds 2000 wonen mijn vrouw en ik in de Leopold I-laan, in het huis dat het nummer 5 draagt. We hebben het huis (daterend van 1933) toen gekocht, alle nutsleidingen totaal vernieuwd en het hele huis hersteld waar nodig en opnieuw geschilderd van gelijkvloers tot zolder, met respect voor de oude parketvloer in de woonkamer, marmeren vloer in de gang en de oude glasramen.

Het is een behoorlijk drukke baan, de Leopold I-laan, maar beiden hebben we onze jeugd in drukke Brugse straten doorgemaakt, dus zijn we op dit vlak een en ander gewoon. Anders ga je op de buiten wonen.

Enkele jaren geleden (ondertussen zijn alle zijstraten van onze laan prachtig heraangelegd), wordt de aan onze laan palende Scheepsdalelaan (met bekende brug/nu nieuwe brug), tussen Ezelpoort en Blankenbergse steenweg, heraangelegd. Wanneer de werken, zo’n drie jaar geleden, op hun einde lopen, komen de werken a.h.w. onverwacht en onaangekondigd onze laan binnen, tot ongeveer waar wij wonen (in het begin, dus). Het beton van de oude laan wordt er uitgebroken en er komt een strook asfalt. Buren slaan alarm, wij ook, want de betonnen plaat wordt ter plaatse van zo hoog mogelijk op het wegdek neergekletterd, opdat die dan in kleine stukken kan worden afgevoerd. Een gedaver en schokken van jewelste!

De huizen in de buurt daveren een wijle op hun grondvesten. Overal ontstaan scheuren en barstjes: tussen trappen en muur, in de plooien van de oude gestucte zolderingen, een stuk kalk in de slaapkamer valt naar beneden. We alarmeren de toenmalige schepen (die in de laan woont), maken op zijn advies zo veel mogelijk foto’s, maar finaal zullen we niet kunnen bewijzen dat er een correlatie is tussen de werken aan de laan en de schade aan ons huis.

Leopold I-Laan affiche

De affiche die bijna aan alle ruiten hangt.

Maar sinds die periode is de laan (voor vele buren) dezelfde niet meer. Het verkeer wordt almaar drukker en gaat sneller dan ooit tevoren, het wegdek verpaupert met rasse schreden en bij een 3-tal buren vallen stukken of gehele plafonds naar beneden. Bij anderen daveren de serviezen (ook vandaag nog en meer dan ooit voorheen!) in de kasten, vallen kasten van de muur en worden de mensen om drie uur ‘s nachts wakker van het zware verkeer. Tractoren vooral lijken de laan ontdekt te hebben…

De mensen uit de laan verenigen zich, stellen een petitie op, hangen een affiche uit, schrijven naar de verantwoordelijken van de stad, een delegatie wordt op het stadhuis ontvangen, en mondjesmaat gebeurt er wat… Maar het kwaad is geschied: de schade is er in bepaalde huizen en neemt nog toe.

Johan Debruyne       Leopold I-laan 5

Standaard
Nieuws en politiek

Al altijd een beetje (veel) oorlog

JOHAN DEBRUYNE, eind november 2015

Een woensdag eind november 2014. Ik ben thuis gekomen met een barstende koppijn. Uit ervaring weet ik dat ik die deels moet wijten aan de oefeningen die ik in de ochtend heb gedaan. Omdat mijn rug en nek de status “hoogst onbetrouwbaar” hebben bereikt en bepaalde spieren zich op een buitengewone manier gaan opspannen, jongleer ik voorzichtig met lichte halters. Haltertjes, dus. Ik doet dit getrouw drie keer in de week. Zo blijf ik voor een 61-jarige tegelijk ook in een aanvaardbare conditie. En gezien ik me voor dit fysieke gedoe naar een fitnesscentrum begeef (met de auto, want die Brugse kasseien overleef ik niet), vang ik ook nog eens het leven in alle kleuren en geuren. Het wordt me soms door de meer dan gemiddeld gespierde medeburger, jong en oud, en in regel in marcellekes gehuld, in sappig dialect door de strot geduwd: “Je hebt vandaag eigenlijk vooral je tong getraind en net dat onderdeel van jouw lichaam hoeft helemaal geen training!” Soms doe ik harder mijn best. Lees verder

Standaard