Al altijd een beetje (veel) oorlog

JOHAN DEBRUYNE, eind november 2015

Een woensdag eind november 2014. Ik ben thuis gekomen met een barstende koppijn. Uit ervaring weet ik dat ik die deels moet wijten aan de oefeningen die ik in de ochtend heb gedaan. Omdat mijn rug en nek de status “hoogst onbetrouwbaar” hebben bereikt en bepaalde spieren zich op een buitengewone manier gaan opspannen, jongleer ik voorzichtig met lichte halters. Haltertjes, dus. Ik doet dit getrouw drie keer in de week. Zo blijf ik voor een 61-jarige tegelijk ook in een aanvaardbare conditie. En gezien ik me voor dit fysieke gedoe naar een fitnesscentrum begeef (met de auto, want die Brugse kasseien overleef ik niet), vang ik ook nog eens het leven in alle kleuren en geuren. Het wordt me soms door de meer dan gemiddeld gespierde medeburger, jong en oud, en in regel in marcellekes gehuld, in sappig dialect door de strot geduwd: “Je hebt vandaag eigenlijk vooral je tong getraind en net dat onderdeel van jouw lichaam hoeft helemaal geen training!” Soms doe ik harder mijn best.

Voorts overvalt hoofdpijn me vaak wanneer een tentoonstelling veel te bieden heeft. Wanneer er te veel is om te zien. Mijn hoofd verdraagt geen overdaad meer.

Of is het mede omdat ik weer eens de Grote Markt van mijn geboortestad ben overgestoken, gedwongen laverend langsheen drommen toeristen? Het is een plek die ik absoluut probeer te vermijden. Maar voor deze tentoonstelling moest ik naar het Belfort toe. Dus heb ik me ongewild geërgerd aan de houten bouwsels omheen een ijspiste. Hokken waarin straks truien, sjaals, rotzooi en drank te koop zullen worden aangeboden. Moeten voor deze krochten de terrassen wijken? Wat is de drogreden alweer waarmee het “stadhuis” telkens komt aandraven? Dat toerist én Bruggeling dan eindelijk met volle teugen van de mooie gevels kunnen genieten? Larie! Ik vraag me af wat ik nu meer zie? Vitrines. Meer niet. Iemand vertrouwde me toe dat het met UNESCO-subsidies zou te maken hebben. Zie ze nu staan, de tafeltjes en de stoelen. Wat verloren. Te kleumen in de kou. En toch ook wel best gezellig, moet ik toegeven. Alleen toeristen nemen er plaats. En verstokte rokers.

Mijn bonkende hoofd heeft vast ook te maken met de inhoud van de tentoonstelling. Ze gaat over de “Groote Oorlog”. Ze laat vooral foto’s zien – netjes gerangschikt telkens – van vermaarde fotografen. Magnumfotografen.

Ik was al lang van plan te gaan kijken, maar de honderdste verjaardag van die Groote Oorlog ruikt zo verdomd naar commercie dat ik er tot nu vreselijk tegenop heb gezien. Het is een knap opgebouwde, verzorgde en wellicht dure tentoonstelling. Ze lokt veel bezoekers. De foto’s lijken me doorgaans vooral technisch van grote kwaliteit.

Er werden keurige, grijze corridors opgetrokken. Vakwerk. Binnenin (te veel) foto’s met duiding op lange dwarsbalken. Aan de buitenkant zijn her en der teksten gekleefd. De vraag wordt gesteld of we nog wel geraakt worden door dit soort beelden. Ik kan de vraag niet meer exact formuleren, maar zo is het ongeveer. Ik word stil van al die beelden. Maar of ik echt geraakt word? Af en toe. Wanneer ik kinderen zie. Spelende kinderen, terwijl het oorlog is. En gedode soldaten. Die weerloosheid. Abrupt afgebroken levens. Verminking.

Met dieren heb ik hetzelfde. Het verwondert me. Niets over al die paarden die toch ook een vreselijke dood zijn gestorven. Vergeten? Een gemiste kans. Om mij te treffen althans. Echt geraakt ben ik vooral wanneer ik oog in oog sta met close-ups van dode soldaten. Ik lees. In opdracht van een pastoor gefotografeerd. Om te onderzoeken en te catalogeren. Om zeker te zijn. Een verterende confrontatie. Vottem of zoiets. Voorst nogal wat teksten op de wanden waar geen foto’s hangen. Van jongeren, ook lang na de oorlog, die zich van het leven hebben beroofd.

Deze is blijven kleven:

Arne, 17 december 2006, 23 jaar

‘Hij heeft het thuis gedaan. Het was donker.

Alleen de lichtjes van de kerstboom brandden.’

‘Hij besefte niet dat hij aan het afglijden was, hij was zo beschaamd

dat hij die usb-stick verloren was.’

‘In het vierde leerjaar leren ze je alles over seks, maar ze leren niet

wat je moet doen als je je niet goed voelt.’

‘Daags voordien had hij nog meegedaan met een kussengevecht bij de scouts.’

Voor ik me beneden naar de derde zaal (specifiek over de stad Brugge in die oorlog) begeef, word ik op de binnenkoer aangesproken door een drietal jonge kunstenaars. Een is van Wit-Rusland afkomstig. In geen tijd knipt hij met een schaartje mijn silhouet uit een soort kartonnen kaartje. Hij vindt mijn bril bijzonder, zegt hij. Het ding op mijn neus doet hem een beetje aan de nazi’s denken… Hij kan wat, maar ik vind het resultaat niet treffend genoeg en ik ben thuis net bezig een beetje tabula rasa te maken. Rommel op overschot. Hij woont hier, de jonge kerel. Nee, hij overleeft hier. Op een heel klein kamertje, vertelt zijn Brugse vriend. Een kamertje van een huisjesmelker. Ik koop zijn werkje niet, maar ik trakteer hem binnenkort graag “Chez Marcel”, vlak bij de Grote Markt. Daar komen ze al eens, zeggen ze in koor.

De Bruggeling is een praatvaar. Het kunstenwereldje voor even het thema. Hij heeft les aan Sint-Lukas gevolgd en geraakte vervolgens zijn “eigentijds” werk nog aan de straatstenen niet kwijt. Sinds jaar en dag leeft en schildert hij op straat: zichtjes van Brugge, met waterverf. Heel bedreven. De doekjes verkopen als zoete broodjes. “Hier heb ik in Brugge een huis van kunnen kopen,” zegt hij. “Van dit soort werk.” Of het een boutade is, weet ik niet.

Ondertussen illustreert zijn Wit-Russische collega en vriend zijn knipselkunsten bij een toeristenkoppel. Kleine kamer… Dit is me in mijn thuisstad ook al opgevallen: niet alleen staan heel wat huizen te koop of te huur, zijn er werken aan de gang in zowat alle straten, maar aan nogal wat grote en doorgaans verpauperde huizen zie ik almaar meer deurbellen en naamplaatjes. Het wordt een epidemie. Het stadsbestuur moeten ingrijpen! Maar zwemmen in de reien is voor het stadsbestuur blijkbaar belangrijker. Verzuipen in verdoken armoede lijkt minder urgent.

Op de terugweg denk ik eraan. Ook aan een andere vraag die op de wanden werd gekleefd: “Hebben we iets geleerd uit die Groote Oorlog?” Overbodige vraag. Natuurlijk hebben we helemaal niets geleerd uit die oorlog. Uit alle andere evenmin. Vertel mij eens waar er vandaag geen oorlog is! Wanneer

mijn oude schoonmoeder me opbelt en haastig inhaakt om naar het journaal te kijken, zegt ze steevast: “Nu ga ik eerst naar de horrorfilm kijken!”

Beneden in de hallen, waar je vast kan stellen dat Brugge fysiek behoorlijk is gespaard, zie ik een knap schilderij. Ook zo’n honderd jaar oud. Het stelt Zeebrugge voor. Aan flarden geschoten. Of gebombardeerd. Ik lees het bijhorend plaatje: Achille Van Sassenbrouck. Een miskend Brugs kunstenaar. Onlangs nog in het Groeninge Museum, op de tentoonstelling “The Unloved”, had de Amerikaanse kunstenares Ellen Harvey een werk van hem uit de reserve gehaald. Een heel andere stijl dan dit hier. “Skaters on the Potterierei”, had Harvey vertaald. Schitterend werk. Die Van Sassenbrouck moet een buitengewoon figuur zijn geweest. Niet een klassenbak die zich om den brode oeverloos herhaalde. Of hij in die tijd met zijn doeken een Brugs huis heeft kunnen kopen? Ik durf het te betwijfelen.

Etel Adnan. De dag voordien was ik in Oudenburg. In “De 11 Lijnen”, een heel bijzonder huis, een voormalige boerderij, lang geleden subliem verbouwd door een Portugees toparchitect. Ik ben er naartoe gegaan, omdat ik er nog eens werk wilde zien van Etel Adnan. De kunstenares werd in Beirut geboren. 1925. Ze wordt dus negentig. Het werk dat ik er te zien kreeg is sober en suggestief, zoals de kleine schilderijtjes waardoor ik haar op de laatste Dokumenta in het Duitse Kassel heb leren kennen en bewonderen. Maar het werk in Oudenburg is abstracter. En nog sterker. Adnan is een van de vier kunstenaars die momenteel worden getoond in het huis. “Liberated objects” heet de tentoonstelling. De andere exposanten zijn nog ouder en allen geboren in gebieden waar het vrij beleven van kunst niet vanzelfsprekend of zelfs onmogelijk was. Kunstenaars die hun land hebben moeten verlaten om te kunnen schilderen wat ze voelden dat ze met verf moesten doen.

De vrouw-des-huizes (ook kinderpsychiater) is al haar leven lang door kunst geobsedeerd. “Identiteit” is een van de trefwoorden waarrond ze deze bijzondere expositie heeft opgebouwd. Ondanks alles werkten deze mensen vanuit hun eigenheid. Volgden ze hun hart. “We leven vandaag zo globaal dat we onze identiteit verliezen.” Ze vertelt gedreven. “Er ontstaat een leegte. Leegte die tot depressie leidt. Ook bij jongeren.”

Ik ben even met verstomming geslagen wanneer ik lees dat de toenmalige Brugse burgemeester bij het begin van de oorlog al… 38 jaar burgervader was. Zijn connecties en ervaring zullen alvast geholpen hebben om de Duitsers te paaien. Naarmate de oorlog vordert zal het ook voor Bruggelingen mentaal zwaar worden. In een vitrinekast hangt een Duits “Befehl”. Ernaast de vertaling, getekend, in opdracht van de bezetter, door Visart de Bocarmé.

Ik denk plots aan mijn vader. Die 10 was toen de oorlog uitbrak. En paar jaar later al zou hij zijn vader moeten opvolgen. Als bakker. Zou hij brood aan “den Duits” hebben moeten leveren? Rechtover onze bakkerij had je een kazerne. Nu gerechtsgebouw.

Ik weet het niet. Misschien moet ik “Brugge in de oorlog” van historica Sophie De Schaepdrijver toch eens lezen eer ik verder naar mijn vader op zoek ga. Hij was bijna 50 toen hij mij als zevende kind in de rij nog had “gefabriceerd”. Veel gepraat hebben we nooit, vader en ik. Hij was een man van weinig woorden, er was thuis veel om handen en er was uiteraard een fameuze generatiekloof. Ik hield van het Expobrood en van al wat nieuw was. Hij zwoer bij het degelijke van de tijd ervoor. Hij rookte zware sigaretten. Zonder filter. Ik zou voor “King Size” kiezen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s