In het Gezelle-museum: “Marcel van Maele in Meervoud”

“Genummerd & getekend”!

Een paar dagen na de vernissage spookten met regelmaat nog bizarre dingen door mijn hoofd. “Gebottelde” gedichten bijvoorbeeld: taalkundige ontboezemingen die je niet eens kunt lezen! En die je ook niet hoeft te lezen, want: met opzet opgerold en in een fles gestopt. “Poëzie op flessen getrokken”, fluisterde iemand tijdens de toespraken op de vooropening.

Van een enkele reeks gebottelde poëmen was duidelijk meer werk gemaakt: de flessen waren groter en uniform, ze prijkten op ijzeren staven, er zaten echte vleugels aan vast en de kurk was tot een zachte punt geveild. Hermetisch, onleesbaar, introvert, vogelvrij, verwarrend en dreigend tegelijk. ’t Is veel, ’t is de poëzie van Marcel van Maele (1931-2009).

De dichter maakte zijn werk, dat amper werd gelezen, op de duur op diverse manieren onleesbaar. Er kwamen ondermeer bokalen, polyurethaan en witte verf bij te pas. Hij stopte ze in een reiskoffer of gebruikte ze (aan elkaar gelijmd) als opstapje voor een al even witte ladder. Een groot kind met een speelveld tussen woord en beeld.

Ik vroeg me af waarom ik me zo prettig voelde op deze tentoonstelling. Ik vond iets “geestigs” aan het doodstille museum (bij de Brugse vestingen), waar normaliter alleen de woorden van Gezelle gedempte klankjes voortbrengen en waar sinds enige tijd (sierlijk-vakkundig) ook op de muren woorden fladderen.  Het zootje dat Mandelinck een paar jaar geleden van het museum had gemaakt is opgeruimd. Van Brugge kan je veel zeggen, maar de aloude stede met Watou vergelijken? Nee. Het staat netjes, nu, het Gezelle-museum.

Ik heb het over “Genummerd en Getekend”, een unieke overzichtstentoonstelling van het literair en plastisch oeuvre van geboren Bruggeling Marcel van Maele. En kijk, inmiddels ben ik erin geslaagd mijn gemoedstoestand aldaar te plaatsen: ik hou van poëzie, maar net zo veel van beeldende kunst. En hier vallen ze nu perfect samen! Ik heb voorts ook een boon voor monomanen, Einzelgängers en ironie. Ik moet me de laatste jaren alleen maar hoeden niet te vaak in cynisme te vervallen. Opvallend ook: alle beeldende werken van duizendpoot Marcel van Maele zijn multipels en toch hebben ze de allure van unieke exemplaren. Er zit iets ambachtelijks aan hun eenvoud.

Zoals veel artistieke zielen is van Maele zijn geboortestad Brugge ooit ontvlucht omwille van de bekrompen mentaliteit. Deze zit er a.h.w. in de kasseien gebakken. Toch heeft hij ooit een enkel gedicht aan priester-dichter Gezelle gewijd (…), wellicht omdat ook die een hekel had aan het ons door het Noorden opgelegde “schone” Nederlands.

Videobeelden op de muur vertellen van een onmogelijk kind dat naar de boerenbuiten werd verbannen, om er… hoogtevrees op te lopen. Van een bijzondere, onvoorspelbare geest en een veelzijdig kunstenaar. Maar vraag me niets over zijn poëzie. Her en der vallen in het museum wel grote, geïllustreerde vellen te lezen en er wordt door nogal wat artistieke vrienden uit zijn oeuvre voorgelezen, maar om zijn poëzie (waar dichters al eens schamper over doen) beter te kunnen doorgronden zette van Maele net iets te vroeg de stap naar de beeldende kunst.

De poëtische miskenning zou leiden tot ironisch verzet, maatschappijkritisch en heel verscheiden werk, onnavolgbare performances en bijzondere uitgaven.

Toen het een suppoost bij mijn tweede bezoek van het hart moest dat er zo weinig volk kwam opdagen, bleef ik het antwoord een wijle schuldig. Ik gaf de geringe populariteit van poëzie de schuld en sleurde er op de duur die andere Marcel, Broodthaers, bij, die ook al nauwelijks werd gelezen en zijn laatste bundels dan maar bijeenplaasterde, wat hem een internationaal gerenommeerde sculptuur “Pense Bête” (1963) opleverde!

Bij de tentoonstelling hoort het boek “Marcel van Maele in Meervoud”. Het brengt voor het eerst een overzicht van zijn werk samen: dichtbundels, romans, toneelstukken, bibliofiele uitgaven, zeefdrukken, affiches en multipels. Twee interessante bespiegelingen ook, van dichter en vriend Roger de Neef en van kunstdocent Johan Pas.

De Neef heeft het over van Maele’s beïnvloeding door het kritisch en radicaal individualisme van de Duitse filosoof Max Stirner. Over het “ik” dat de plicht had de machtsmechanismen en vormelijke gangbare aspecten die de gangbare taal beheersten consequent af te wijzen en te verwerpen. Ten onzent, bij Uitgeverij Manteau, zal de dichter dus botsen met de “schone letteren”. Vanaf begin jaren ‘70, schrijft de Neef, verliest van Maele’s poëzie haar blaffende hitte en deels haar vulkanische eigenschappen. Van dan af gaat Van Maele de cultuur- en kunstgeschiedenis parodiëren. Om zijn dienstplicht in te korten trekt van Maele naar… de Koreaanse oorlog. Hij vecht er niet, maar maakt er wandelingen met een gekooide vogel! De altoos zoekende zwerver toefde in maar liefst 27 landen: hij was er arm, maar gelukkig. In 1966 ontvangt hij enigszins verrassend de Dirk Martensprijs voor poëzie.

Vanaf midden jaren ‘80 wordt van Maele geleidelijk blind, maar zijn inventiviteit blijft onaangetast. Zelf heb ik de kunstenaar alleen in deze hoedanigheid gekend, niet als de (gespeeld?) opstandige, wat nijdig-dreigend (“woorden zijn wapens”) declamerende dandy van de beelden op de museummuur. Een zachte, onvatbare, geestige anarchist. Het enige wat me stoorde waren de fouten die de geïnterviewde dichter tegen het “schone” Nederlands maakte. Best mogelijk natuurlijk dat hij die voornaamwoorden slechts… betrekkelijk belangrijk zal hebben gevonden. Voorts vervulde de man mijn hart met niets dan warmte. Hij leerde me nieuwe woorden als “pendellyriek” en ik genoot van zijn filosoferen over het fenomeen “tijd”.

Kunstdocent Pas vindt dat van Maele de boot van de beeldende kunst heeft gemist. Iets wat je van Broodthaers niét kan zeggen. Van Maele’s poëtische objecten en multipels lijken op relativerende speldenprikken in het weefsel van de hoogstaande Poëzie en de grote Kunst. Toch is hij er met ondermeer zijn “woordspeeldingen” in geslaagd de poëzie te bevrijden van het juk van de pagina.

Wat laat het museum nog zien? Onder glas gekoesterd zowat al wat van Maele publiceerde, bibliofiele edities, doorgaans voorgesteld bij De Zwarte Panter (Antwerpen), vaak in samenwerking met Fred Bervoets, en al zijn beeldend werk. In een opkamertje vindt de bezoeker het digitaal archief van alle Belgische neo-avant-garde periodieken. “Genummerd & Getekend”? Geestig!

JOHAN DEBRUYNE

“Genummerd & Getekend”/”Marcel van Maele in Meervoud” – tot 18/01/2015, Gezelle-museum, Rolweg 64, Brugge – dagelijks (niet: maan.) 9.30-12.30 & 13.30-17.00 – toegang € 4 – “Marcel van Maele in Meervoud” (Johan Pas en Yves t’ Sjoen (catalogus van de boeken, prenten & multipels/Pandora Publishers Antwerpen, 2014).

One thought on “In het Gezelle-museum: “Marcel van Maele in Meervoud”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s